Centrale Bank: AOV-verhoging wettelijk verplicht, maar financieel risicovol
In dit artikel:
De Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) stelt dat de geplande verhoging van de Algemene Ouderdomsverzekering (AOV) juridisch noodzakelijk is, maar grote financiële risico’s oplevert voor Curaçao als er geen aanvullende hervormingen komen. Volgens de geldende wet moet de AOV worden geïndexeerd in jaren met positieve economische groei; sinds 2021 is die groei aanwezig maar de uitkering is niet aangepast, waardoor de regering voornemens is de maandelijkse AOV per 1 januari 2026 te verhogen.
De CBCS waarschuwt dat hogere AOV-uitgaven direct doorwerken in de rijksbegroting omdat tekorten in het AOV-fonds automatisch worden gedekt uit het Schommelfonds, dat wettelijk door de overheid aangevuld moet worden. Door demografische ontwikkelingen — snelle vergrijzing en dalende arbeidsparticipatie — komt het omslagstelsel van de AOV structureel onder druk te staan, waardoor tekorten waarschijnlijk groter en duurzamer worden.
Zonder compenserende maatregelen, zoals het verhogen van inkomsten (bijvoorbeeld premies of belastingen) of het beperken van uitgaven elders, kan de wettelijke vangnetverplichting de financiële positie van Curaçao op termijn flink verzwakken. De CBCS wijst erop dat dat risico ook kan leiden tot het niet langer voldoen aan de norm voor een sluitende begroting zoals opgenomen in de Rijkswet Financieel Toezicht Curaçao en Sint Maarten.
Kortom: de verhoging van de AOV is op grond van de wet noodzakelijk, maar zonder beleidsmaatregelen om de kosten te compenseren brengt deze stap risico’s voor de houdbaarheid van het sociale stelsel en de overheidsfinanciën, waarmee mogelijk toezicht- en begrotingsregels in gevaar komen. Mogelijke opties om die risico’s te verminderen — genoemd in het advies en gangbaar in vergelijkbare situaties — zijn het aanpassen van inkomstenbronnen, hervorming van het stelsel of herprioritering van uitgaven.