Hoe de VS-Venezuela-spanningen een vormen een economisch risico worden voor de eilanden
In dit artikel:
De Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten (CBCS) stelt voor het eerst expliciet dat de verscherpte spanningen tussen de Verenigde Staten en Venezuela een reëel macro-economisch risico vormen voor de eilanden en de monetaire unie. De analyse is ingegeven door een scherpe escalatie sinds augustus 2025, waaronder Amerikaanse maritieme troepenopbouw in het zuidelijk Caribisch gebied en waarschuwingen over het Venezolaanse luchtruim. De CBCS kwalificeert deze geopolitieke ontwikkeling als een neerwaarts risico voor de economische groei voor de periode 2026–2029.
De bank benadrukt dat directe handelsrelaties met Venezuela inmiddels zeer beperkt zijn (Venezuela vertegenwoordigt gemiddeld 0,8% van de handel van de monetaire unie en 1,2% van Curaçaos handel). Daardoor verwacht de CBCS niet dat handelsschokken op zichzelf grote macro-economische verstoringen veroorzaken. De kwetsbaarheid van Curaçao en Sint-Maarten zit volgens de bank vooral in indirecte kanalen. Het rapport onderscheidt vijf transmissieroutes:
- illegale migratie: een verslechtering in Venezuela kan leiden tot extra ongedocumenteerde instroom, met toenemende druk op zorg, onderwijs, grensbewaking en sociale samenhang;
- toerisme en reisgedrag: militaire aanwezigheid en luchtvaartwaarschuwingen kunnen de veiligheidsperceptie van het Caribisch gebied aantasten, wat leidt tot minder verblijfs- en cruisetoerisme en lagere deviezeninkomsten;
- investeerdersvertrouwen en externe financiering: geopolitieke onzekerheid kan risicopremies doen stijgen en buitenlandse investeringen vertragen of afschrikken;
- hogere import- en transportkosten: verstoringen van vaarroutes en stijgende verzekeringspremies kunnen importprijzen en daarmee de inflatie opdrijven;
- (marginaal) directe handelsverstoringen, die de bank als klein beschouwt.
De CBCS werkt twee scenario’s uit voor 2026–2029. In een gematigde escalatie nemen toeristische exporten en buitenlandse investeringen in 2026 met circa 3% af; de inflatie op Curaçao stijgt naar verwachting met ongeveer 0,3 procentpunt door hogere logistieke kosten. In een zwaar scenario, met mogelijk militaire acties, dalen toeristische exporten en kapitaalinstromen met circa 5% in 2026 en kan inflatie 0,5 procentpunt hoger liggen. Voor Curaçao betekent dat in het zware scenario een groeivertraging van 2,4% naar 1,6% in 2026 en een langduriger negatieve afwijking ten opzichte van het basisscenario.
Een gevoelig punt zijn de buitenlandse reserves: hoewel deze in de scenario’s boven de internationale ondergrens van drie maanden importdekking blijven, kan bij zware schokken de waarde binnen één jaar met bijna 500 miljoen gulden dalen, waarmee de externe buffers verzwakken.
De CBCS roept op tot blijvende waakzaamheid en betere beleidscoördinatie: bewaking van de reservepositie, monitoring van kapitaalstromen en actief behouden van investeerdersvertrouwen worden als cruciaal gezien om macro‑economische en financiële stabiliteit te beschermen. Voor kleine, toerismeafhankelijke eilanden vormen geopolitieke spanningen vooral via vertrouwens‑ en toerismekanalen een reëel risico, zelfs als directe handelsrelaties minimaal zijn.