OM eist opnieuw zes maanden voorwaardelijk tegen Tromp, ditmaal wegens medeplichtigheid
In dit artikel:
WILLEMSTAD — Het Openbaar Ministerie heeft in hoger beroep opnieuw een volledig voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden geëist tegen Emsley Tromp, oud-president van de Centrale Bank van Curaçao en Sint-Maarten. De eis werd donderdag tijdens de zitting naar voren gebracht en sluit qua lengte aan bij de straf die Tromp in eerste aanleg kreeg, maar de juridische kwalificatie is veranderd: niet fraude, maar medeplichtigheid.
De zaak draait om een borgstelling van 400.000 dollar die door Renny Lourens, een toenmalig collega van Tromp bij de Centrale Bank, bij Banco di Caribe werd geregeld. Officieel zou het geld bestemd zijn voor de start van een kledingbedrijf voor Janet de Castro, een vriendin van Tromp. Kort na goedkeuring liet Lourens de bank het bedrag echter overmaken naar een persoonlijke rekening van Tromp met de naam ‘E.T. Pensioenen’, terwijl er nog geen bedrijfsrekening bestond.
Onderzoek wijst uit dat de gelden niet voor de opzet van het bedrijf zijn gebruikt; delen werden overgeboekt naar een beleggingsrekening en andere delen dienden ter aflossing van Tromps creditcardschulden. De Castro verklaarde later dat zij geen echte rol had in de bedrijfsopzet en niet bij de borgstelling betrokken was, al gaf ze aan dat Tromp persoonlijke schulden van haar had betaald.
Lourens is inmiddels veroordeeld voor corruptie. Het Openbaar Ministerie stelt dat uit het dossier blijkt dat Lourens de borgstelling uitvoerde en Tromp daarvan profiteerde, waardoor justitie hen respectievelijk ziet als dader en medeplichtige. Op basis van die feiten acht het OM een voorwaardelijke straf van zes maanden passend.
De uitspraak van het gerechtshof is gepland op 26 februari. Deze affaire werpt een schaduw over het bestuur van de Centrale Bank en benadrukt vragen rond interne integriteit en het gebruik van bankgaranties binnen persoonlijke netwerken.