Regering houdt vast aan zwaardere terrorisme-wetgeving
In dit artikel:
De regering van Curaçao houdt vast aan een wetsvoorstel om het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering strenger te maken in de strijd tegen terrorisme. In een Memorie van Antwoord aan de Staten wijst het kabinet de meeste bezwaren van fracties zoals MAN‑PIN, PNP en MFK van de hand en verdedigt het hogere straffen, bredere strafbaarstellingen en een aangescherpte definitie van “terroristisch oogmerk”.
Het voorstel verduidelijkt en verruimt de strafbaarheid van terroristische activiteiten, verhoogt strafmaxima en voegt bepalingen toe over voorbereiding, ondersteuning en financiering van terrorisme. Tegelijk worden wijzigingen voorgesteld in andere dossiers, onder meer mensenhandel, mensensmokkel, cybercriminaliteit en zedendelicten.
De regering stelt dat deze aanpassingen noodzakelijk en juridisch verdedigbaar zijn en dat ze aansluiten bij internationale verplichtingen — zoals VN‑verdragen tegen terrorismefinanciering, verdragen voor strafrechtelijke samenwerking en het Verdrag van San José. Volgens het kabinet is wetswijziging vereist om aan die verplichtingen te voldoen en om een preventieve en effectievere aanpak van moderne vormen van terrorisme mogelijk te maken.
De Memorie markeert een beslissende fase; de Commissie Centraal van de Staten bespreekt het document op 29 januari 2026.